PREMIER EN EUROPARLEMENTSLID JEAN-LUC DEHAENE VAN VILVOORDE OVERLEDEN

Dehaene

Vilvoorde is in shock

Oud-premier en EUparlementslid Jean-Luc Dehaene is vandaag in Frankrjk gestorven.

Jeugd en vroege carrière

Dehaene werd in Montpellier (Frankrijk) geboren in 1940 als zoon van een Brugse arts. Datzelfde jaar keerde hij echter terug naar Brugge, waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbracht. Hij stierf op 15 mei in 2014 bij een val.

Jean-Luc Dehaene doorliep gedeeltelijk de klassieke humaniora aan het door de paters Jezuïeten geleide Sint-Jozefscollege te Aalst. Aan de universiteiten van Namen en Leuven behaalde Jean-Luc Dehaene de diploma’s Licentiaat in de Rechten en Licentiaat in de Economie. Hij was gedurende zijn jeugd actief bij de chiro, het Olivaint Genootschap van België en de scouts en was gedurende vier jaar verbondscommissaris van het Vlaams Verbond van Katholieke Scouts. Hij zou er later meermaals op wijzen dat scouting voor hem een belangrijke leerschool betekende.

In 1965 verhuisde hij naar Brussel, huwde er met Celie Verbeke en werd vader van vier kinderen, met later zoon Tom Dehaene als politicus.

De lange weg naar de toppolitiek

Jean-Luc Dehaene maakte zijn opgang in de politiek niet via verkiezingen maar via de partijcenakels van de voormalige CVP (nuCD&V). Via de studiedienst van het ACW (de koepelorganisatie van de Belgische christelijke arbeidersbeweging) en als ondervoorzitter van de CVP jongeren, belandde hij vanaf 1971 eerst als medewerker, later als kabinetschef, bij verschillendeministeriële kabinetten. Daar leerde Jean-Luc Dehaene de spelregels van de macht kennen en vormde hij de netwerken die later een belangrijke rol zouden spelen in zijn vermogen om politieke crisissen op te lossen. Zijn stevige dossierkennis en intelligentie deden zijn invloed snel stijgen en in 1981 werd hij minister van Sociale en Institutionele zaken.

Sire, geef me honderd dagen

Vanaf augustus 1987 maakte België één van de moeilijkste politieke crisissen uit de naoorlogse geschiedenis mee. De splijtzwam was de zaak Happart, die Franstaligen en Nederlandstaligen lijnrecht tegenover elkaar zette en op 19 oktober 1987 tot de val van deregering-Martens VI leidde. Na de verkiezingen van 13 december 1987 ontstond een feitelijke patstelling. Langs Vlaamse kant tekenden de christendemocraten (CVP) en de liberalen (PVV) voor een voortzetting van de huidige coalitie en vormden de Vlaamse executieve. In Wallonië stapten de socialisten (PS) en christendemocraten (PSC) in de gewestregering.

Nationaal was een nieuwe staatshervorming nodig om de communautaire problemen op te lossen. Dit veronderstelde een tweederdemeerderheid. Het wederzijdse wantrouwen tussen Vlaamse liberalen (PVV) en Waalse socialisten (PS) was zo groot dat samenwerking onmogelijk leek. De Vlaamse socialisten dachten (SP) er niet aan om in een nationale regering te stappen, zonder medezeggenschap in de Vlaamse executieve. De situatie leek hopeloos. Op 22 januari 1988 vroeg de koning aan Jean-Luc Dehaene om de taak van informateur op zich te nemen om deze moeilijke knoop te ontrafelen. Waarop Dehaene antwoordde: « Sire, geef me honderd dagen ».

106 dagen later, op 6 mei 1988, had Dehaene de onmogelijke klus geklaard. Er was een akkoord over een verregaande staatshervorming en de regering-Martens VIII kon van start gaan. Hoewel Wilfried Martens de jure de eerste minister werd, was Dehaene de facto de sterke man in deze regering. Doordat hij de crisis opgelost had won hij het vertrouwen en gezag van zijn politieke tegenstrevers. De volgende 12 jaar werd Dehaene ‘incontournable’ in de Belgische politiek. In 1990 ondertekende en bekrachtigde hij samen met 14 andere regeringsleiders de abortus-wet.

Dehaene I – de hervorming van België (1992-1995). In 1992 nam Jean-Luc Dehaene de leiding over een coalitie van christendemocraten en socialisten, de regering-Dehaene I. Hij legde de basis voor het Sint-Michielsakkoord, mede dankzij het vertrouwen en gezag dat hij bij alle regeringspartijen had verworven en zijn talent als verzoener. Het ging om de tot dan toe meest verregaande staatshervorming die van België een volwaardige federale staat maakte.

Na de dood van 10 Belgische blauwhelmen in Rwanda, besloot de regering de terugtrekking van het contingent Belgen waardoor de Hutus vrij spel kregen met de volkerenmoord.[2]

Daarnaast voerde de regering een streng begrotingsbeleid. Aan dee jarenlange aangroei van de Belgische staatsschuld werd een halt toegeroepen. De sterke reputatie van Jean-Luc Dehaene begon nu ook buiten de landsgrenzen te groeien en in 1994 werd hij de voornaamste kandidaat om Jacques Delors als voorzitter van de Europese commissie op te volgen. Op de top van Korfoe kreeg de kandidatuur van Dehaene 11 van de 12 lidstaten achter zich. Maar John Major stelde zijn veto. Uiteindelijk werd Santer vanLuxemburg als consensuskandidaat verkozen. Verhofstadt die, met zijn ondertussen tot VLD hervormde partij, gedurende 4 jaar een bikkelharde oppositie voerde, slaagde er niet in om bij de verkiezingen van 1995 de meerderheid van christendemocraten en socialisten te doorbreken.

Dehaene II – op weg naar de euro (1995-1999)

Ook Dehaene II werd een coalitie van christendemocraten en socialisten. Deze legislatuur stond volledig in het teken van de sanering van de overheidsfinanciën. De Belgische overheidsschuld was één van de hoogste van West-Europa en daardoor dreigde België de toelating om tot de eurozone toe te treden mis te lopen. Het tekort op de begroting moest absoluut teruggebracht worden tot de 3% norm, en dit streven beheerste het doen en laten van deze regering. De regering Dehaene II volbracht deze moeilijke opdracht met succes, maar dit ging ten koste van een gebrek aan visie en oog voor maatschappelijke ontwikkelingen.

In de zomer van 1996 brak het Dutroux-schandaal uit dat uitmondde in de massaal bijgewoonde « Witte Mars » en een totaal wantrouwen van de Belgische bevolking in de justitie. De reactie van Jean-Luc Dehaene op deze emotionele gebeurtenissen was heel afstandelijk. Twee jaar later gebeurde het onvoorstelbare: diezelfde Dutroux kon op eenvoudige wijze uit het gerechtsgebouw ontsnappen.

Het adagium van Dehaene, « een probleem moet je pas oplossen als het zich stelt », begon zich tegen hem te keren. Dehaene werd meer en meer afgeschilderd als de « loodgieter », de man die oplossingen in elkaar knutselde, misschien een goede beheerder maar zeker geen visionair.

Enkele weken voor de parlementsverkiezingen van 1999 brak de dioxinecrisis uit. In de korte periode tot aan de verkiezingen slaagde de regering er niet meer in om uit deze crisis te geraken. Doordat het dossier stuntelig verdedigd werd bij de Europese gemeenschap werd België bovendien een uitvoerverbod van zuivel- en vleesproducten opgelegd met ernstige economische gevolgen. De daaropvolgende verkiezingen leidden tot de zwaarste nederlaag van de CVP uit de naoorlogse geschiedenis. Voor het eerst sinds 1945 was de CVP niet meer de grootste partij van het land.

Na 1999

Na de zware verkiezingsnederlaag van 1999 nam Jean-Luc Dehaene de verantwoordelijkheid voor de nederlaag op zich en trok zich terug uit de nationale politiek. Hiermee wou hij een « nacht van de lange messen » in zijn eigen partij voorkomen. Hij bleef wel senator maar hield zich nadrukkelijk op de achtergrond. In 2000 kwam hij op bij de gemeenteraadsverkiezingen en werd burgemeester van Vilvoorde, een stad vlakbij Brussel. Tot verrassing van velen werd hij een jaar later door Verhofstadt voorgedragen als ondervoorzitter van de Europese conventie, een denktank die zich moest buigen over de toekomst van de EU en een grondwet voor de Unie moest voorbereiden. Toen in 2004 duidelijk werd dat zijn ondertussen tot CD&V hervormde partij onder leiding van Yves Leterme een nieuw elan had gevonden, wierp Jean-Luc Dehaene zich opnieuw in de verkiezingsstrijd, ditmaal als lijsttrekker voor de Europese verkiezingen. Het werd een prestigestrijd tussen hem en Guy Verhofstadt, die Jean-Luc Dehaene overtuigend won (met meer dan 650.000 voorkeurstemmen tegenover 388.000 voor Guy Verhofstadt).

Benoeming tot bemiddelaar des Konings in juli 2007

Na de informatieronde met verkennende gesprekken door informateur Didier Reynders werd Dehaene op 5 juli 2007 door Koning Albert II belast met een bemiddelings- en onderhandelingsopdracht om de weg te openen tot de aanduiding van een formateur.[3] Als de informateur onvoldoende ver is geraakt of als er nog ontmijnend werk nodig is vooraleer de formateur het veld in kan en er nog obstakels dienen weggenomen te worden, treedt een onderhandelaar in opdracht van de koning in actie. Op 15 juli beëindigde hij zijn opdracht waarna partijgenoot Yves Leterme tot formateur wordt benoemd.

Naar eigen zeggen zag Dehaene deze bemiddelingsopdracht als een « mission impossible ». Hij zag deze kelk liever aan hem voorbijgaan. Hij vermeldde ‘zijn bijzonder grote loyaliteit aan de partij, de CD&V’ als reden waarom hij de opdracht aannam.

Koninklijk opdrachthouder

Eind november 2009 kreeg Dehaene nog een nieuwe politieke opdracht als koninklijk opdrachthouder met een welomlijnde opdracht. Dehaene had de opdracht een plan uit te werken dat als basis zou dienen voor de communautaire onderhandelingen die door Yves Leterme zouden gevoerd worden. De communautaire tegenstellingen tussen Vlamingen en Walen « gijzelden » de regering immers reeds sinds de verkiezingen van 2007. De onderhandelingen mislukten echter en enkele dagen later viel de regering.

Gezondheid

In 2014 werd pancreaskanker vastgesteld en naar aanleiding daarvan werd hij geopereerd. Oorspronkelijk was deze succesvol, maar op 29 maart 2014 werd hij opnieuw opgenomen in het ziekenhuis. Hij stierf op donderdag 15 mei 2014 na een val in Frankrijk.

Status

Dehaene stond in het politieke milieu bekend als een kundig en geduldig onderhandelaar die op voorhand doelen vooropstelt en die onmogelijk geachte compromissen uit de hoed kan toveren. Zijn methode kwam er op neer om bedachtzaam, zakelijk en onderbouwd door grote dossierkennis de grenzen af te tasten van de positie der onderhandelende politieke partijen. Elke partij diende zijn borst nat te maken en dan gaat hij met hen stapsgewijs verder het water in tot er een compromis rond is. Het leverde hem de reputatie op van sleutelaar en « meester-loodgieter » van werkbare regeringsmeerderheden, evenwel zonder visie. De politicus bezat door zijn jarenlange ervaring als geen ander een groot inzicht in het Belgisch institutioneel kluwen en is daarbij bijzonder creatief als « problem solver ».

Op 27 juli 2007 stapte Dehaene definitief op als burgemeester van Vilvoorde. Volgens eigen zeggen ging hij niet meteen met pensioen maar blijft politiek actief als parlementslid op Europees niveau. Hij schreef zijn memoires die in 2012 uitgegeven zijn.[4][5]

Recent werd Jean-Luc Dehaene naar aanleiding van de kredietcrisis aangesteld door de regering Leterme I als voorzitter van de raad van bestuur van Dexia. Hij diende zich voor een falend beleid van Dexia, samen met de gewezen CEO te verantwoorden voor een parlementaire onderzoekscommissie. In die opdracht is hij, naar eigen zeggen, gefaald.

Curriculum

Studies

  • Oude Humaniora aan het Jezuïetencollege te Aalst
  • Licentiaat in de Rechten en Economie, Facultés Universitaires Notre-Dame de la Paix en Katholieke Universiteit Leuven

Beroepsactiviteiten

  • 1963-1967: Verbondscommissaris voor het Vlaams Verbond van Katholieke Scouts
  • 1965-1972: Verbonden aan de Studiedienst van het ACW

Politieke activiteiten

  • 1967-1971 – Nationaal Ondervoorzitter van de C.V.P.-Jongeren
  • Sinds 1972 – Lid van het National C.V.P.-Bureau
  • 1977-1981 – C.V.P.-Voorzitter van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde
  • 1972-1973 – Adviseur bij het Kabinet van Openbare Werken (Minister Jos De Saeger)
  • 1973-1974 – Adviseur bij het Kabinet van Volksgezondheid (Minister Jos De Saeger)
  • 1974-1977 – Adviseur en daarna Kabinetschef bij het Kabinet van Economische Zaken (Ministers Oleffe en Herman)
  • 1977-1978 – Kabinetschef bij de Minister van Vlaamse Aangelegenheden (Mevrouw Rika De Backer-Van Ocken)
  • 1979-1981 – Kabinetschef bij de Eerste Minister (Wilfried Martens)
  • 1981 – Kabinetschef bij de Minister van Institutionele Hervormingen (Minister Jos Chabert)

Regeringsfuncties

  • 1981-1988 – Minister van Sociale Zaken en Institutionele Hervormingen (N) (1981-1988)
  • 1988-1992 – Vice-eersteminister en minister van Verkeerswezen en Institutionele Hervormingen
  • 1992-1995 – Eerste Minister (Dehaene I)
  • 1995-1999 – Eerste Minister (Dehaene II)

Andere functies

  • 1999-2000 – Senator
  • 2000-2009 – Voorzitter van de Raad van Bestuur van het Europacollege
  • 2000-2007 – Burgemeester van Vilvoorde (tot 1 augustus 2007)
  • 2001 – Ondervoorzitter van de Europese Conventie (met ontwerptekst Europese grondwet)
  • 2004 – Europees parlementslid
  • 2007 – Lid van de Amatogroep (Actiecomité voor Europese Democratie)
  • Bestuurder van verschillende vennootschappen

Honoraria

  • 1999 – Minister van staat
  • 2000 – Doctor Honoris Causa (Katholieke Universiteit Leuven)
  • 2002 – Grootkruis in de Kroonorde

MDD met wikipedia

Répondre

Choisissez une méthode de connexion pour poster votre commentaire:

Logo WordPress.com

Vous commentez à l’aide de votre compte WordPress.com. Déconnexion /  Changer )

Photo Google

Vous commentez à l’aide de votre compte Google. Déconnexion /  Changer )

Image Twitter

Vous commentez à l’aide de votre compte Twitter. Déconnexion /  Changer )

Photo Facebook

Vous commentez à l’aide de votre compte Facebook. Déconnexion /  Changer )

Connexion à %s